Ineens waren ze overal: de boodschappenbezorgers. Ik schreef erover in de weekendbijlage van Trouw: hoe slecht is het om eraan mee te doen?

Bezorgkloof

Voor veel jongeren is het wekelijkse tot dagelijkse kost: online shoppen, of het nu om flitsboodschappen, maaltijden, kleding of spullen gaat. Intussen stapelen de kartonnen dozen zich op naast de papiercontainer. Hoe erg is dat massale thuisbezorgen eigenlijk? ‘Het wereldbeeld dat jongeren meekrijgen is: schaarste bestaat niet, alles kan.’

Een doordeweekse dag, elf uur ‘s avonds: de deurbel. Mijn zoon snelt ‘niks aan de hand’-roepend naar beneden en nadat de voordeur open en dicht is gegaan, klinkt beneden het bekende gekraak van papieren zakken. De oogst: twee zakken snoep en een fruityoghurt. Zoon (17) en dochter (19) vinden dat ze na een dag hard werken wel iets frivools verdiend hebben, en dat was kennelijk niet te vinden in de voorraadkast. Wat een zegen toch, dat er voor dit soort barre noodsituaties tegenwoordig flitskoeriers bestaan!

Dozenverzamelaars
De online aankopen zijn bij ons thuis niet van de lucht. Als wij, hun ouders, ‘s avonds beiden weg zijn, wordt er bijna per definitie een maaltijdbezorger ingeschakeld, maar eigenlijk wordt elke afwijking van de gewone maaltijdroutine als excuus aangegrepen. Het meest frustrerend vind ik het als ze laat op de avond, met een prima huisgebrouwen maaltijd achter de kiezen, nog wat ‘snacks’ bestellen.
‘O god, alwéér?’
‘Hoezo?’
‘Eergisteren hadden jullie nog pizza. En sowieso, we hebben van alles in huis.’
‘Wat maakt jou dat nou uit?’
‘Ik vind het decadent. En verwend.’
(rollende ogen) ‘Tuurlijk.’

Daarnaast heeft de dochter een warme verstandhouding met online kledingwinkels: gemiddeld eens per week arriveren er pakketjes, waaronder, dat scheelt, veel tweedehands. Haar kamer is bezaaid met dozen en kleding. Een veeg teken is ook dat beide kinderen regelmatig geen idee hebben waar hun bankpas is, want die heb je in de bestel-app niet nodig. Het feit dat ze die bestellingen zelf betalen, maakt mijn positie ingewikkeld. Wat ze met hun geld doen, moeten ze tenslotte zelf weten. Bovendien bestellen we zelf ook wel eens wat; gemiddeld een of tweemaal per maand. We zijn niet de enige dozenverzamelaars in onze buurt: de papiercontainers in de omgeving zijn een groot deel van de tijd geblokkeerd.

Toch ga ik regelmatig de discussie aan. Als het om maaltijden en boodschappen gaat, stuit vooral de luiheid me tegen de borst; alles is hier op loopafstand verkrijgbaar. Helaas zijn de bezorgkosten nauwelijks een argument bij flitsbezorgers als Gorillas, Getir, Flink en Zapp. Zij brengen in een aantal grote Nederlandse steden binnen een kwartier boodschappen rond voor minder dan twee euro. Omdat onze dochter zelf ook voor zo’n flitsbezorger werkt, krijgt ze korting, wat het bestellen bijna gratis maakt. En die bezorgers riden ook nog eens rond op (elektrische) fietsen, dus benzinedampen blijven achterwege. Zo’n kluwen aan halfbakken bezwaren is niet overtuigend, merk ik. Wat is nu eigenlijk de essentie van mijn kritiek? Hoe terecht is mijn bezorgschaamte?

Tieners en twintigers
De online verkoopcijfers stegen al langer, maar zijn dankzij corona geëxplodeerd. Waar vorig jaar nog 15 procent van alle Nederlanders minimaal eens per week online aankopen deed, steeg dat in 2021 naar een kwart. Van alle boodschappen wordt intussen al 7 procent online gedaan, aldus marktonderzoeksbureau Gfk in de Thuiswinkel Markt Monitor. In totaal gaven we vorig jaar 26,6 miljard euro uit bij webshops. Niet verrassend deed vooral de maaltijdbezorging afgelopen jaar goede zaken: tussen januari en juni werden dit jaar maandelijks tweemaal zoveel maaltijden bezorgd als het jaar daarvoor, terwijl deze branche al een stijging van 40 procent achter de rug had.

En het aanbod groeit mee. Naast de flitsbezorgers en maaltijdbezorgers zijn er maaltijdbox-bezorgers als HelloFresh, Marley Spoon, online supermarkt Picnic en natuurlijk de reguliere supermarkten, die, om de concurrentie aan te gaan, de minimale besteding voor gratis bezorgkosten hebben verlaagd. Zowel flits- als maaltijdbezorgers richten zich vooral op de grote steden, want daar zitten veel mensen op een kluitje.

En ze richten zich op jongeren. De grootste shoppers zijn millenials (25-40 jaar): zij zijn vaak online en kunnen zich veel uitgaven veroorloven. Maar de grootste groei is te verwachten van generatie Z (14-25 jaar); jongeren die verklonken zijn aan hun smartphone, en altijd en overal connected. Ze hebben een grote behoefte aan gemak. Die behoefte leeft niet alleen bij de stedelijke jongeren, zegt Jos Ahlers. De psycholoog schreef met René Boender het boek Generatie Z. Verlangen naar verandering. ‘We zien weinig verschil in voorkeuren tussen jongeren in de stad en daarbuiten. Sterker: mondiaal gezien gaan deze tieners steeds meer op elkaar lijken. Dat is ook logisch, want dankzij internet doen tijd en plaats er veel minder toe.’

Vooruitgang
In die luxe levensstijl openbaart zich een generatiekloof. Zoals ik in de jaren tachtig met mijn ouders maar héél af en toe uit eten ging of naar een terras – als je ergens heen ging, nam je boterhammen mee – maak ik met mijn gezin regelmatig gebruik van horeca. Onze kinderen, gewend aan die levensstijl, zetten simpelweg de volgende stap.

‘Vroeger noemden we dat vooruitgang’, zegt Ahlers. ‘Mijn co-auteur zegt vaak: waarom zou je helemaal naar de Albert Heijn gaan en een maaltijd klaarmaken met hulp van een YouTube-filmpje, terwijl het resultaat nooit zo mooi wordt als op Instagram en je het met één klik thuisbezorgd kunt krijgen?’ Ahlers verwacht dat de groei van online aankopen zal doorzetten. ‘De meeste kinderen groeien welvarend op, terwijl hun ouders een strijd moesten leveren om een baan te vinden. Ik ben van generatie X, wij hebben moeten vechten voor werk. Spullen stonden bij ons symbool voor veiligheid. Jongeren voelen zich veilig als ze hun mobiel bij zich hebben. Dat is het resultaat van tachtig jaar vrede.’

Jongeren hechten meer aan belevenissen. Ze geven veel geld uit aan abonnementen: Spotify, Swapfiets, Netflix, DisneyPlus. Het onderhouden van hun online en offline sociale netwerk staat centraal in hun leven. Ahlers: ‘Dat betekent dat ze elkaar ook opzoeken; samen in het park zitten, met vrienden films kijken en pizza eten, met z’n allen naar festivals. Ervaringen delen.’ Online webwinkels sluiten daar naadloos bij aan met hun belofte: ‘Dankzij ons koop je tijd vrij om leuke dingen te doen.’

Prijs betalen
Maar volgens Martijn Arets, auteur van het boek De Platformrevolutie, is dat een loze kreet. Flitsbezorgers zetten boodschappen doen ten onrechte weg als iets negatiefs. ‘Het is óók een uitje en wat menselijk contact. Veel techstart-ups zoeken naar een pijnpunt en zeggen: daar gaan we je bij helpen.’ Volgens hem gaat er iets vanzelfsprekends verloren in de kapitalistische uitwerking van dit soort diensten. Zoals duidelijk werd bij de start van Uber, toen chauffeurs werden geworven met de boodschap: thuis op de bank zitten is onbenutte tijd. ‘Ik denk dan: het is best lekker om op de bank te zitten. Maar zij framen dat als tijd die je moet benutten.’

Je kunt je afvragen of al die slimme tech-innovaties wel vooruitgang betekenen, vindt Arets. ‘Er is een continue verleiding in je achterhoofd, die heel makkelijk te bevredigen is. Het wereldbeeld dat jongeren meekrijgen, is: schaarste bestaat niet, alles kan. Als ik nu een banaan wil, heb ik in tien minuten een banaan. Uiteindelijk zijn we allemaal luie donders. Wordt de maatschappij leuker als wij arrogante mensen zijn, die op hun wenken bediend willen worden?’

Bovendien wordt er wel degelijk een prijs betaald. Door een slechtbetaalde onderklasse, bijvoorbeeld. Want hoewel bezorgers bij beginnende thuisbezorgbedrijven soms nog een redelijk uurtarief hebben, slaat dat vaak om op het moment dat er winst gemaakt moet worden. Zoals gebeurde bij Deliveroo, toen het bedrijf naar de beurs ging. Ook mogen we ervan uitgaan dat de bezorgtarieven, als iedereen eenmaal verslaafd is geraakt aan het gemak van thuisbezorging, omhoog zullen gaan. Er wordt kosteloos gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur in steden, want veel van deze platforms betalen geen belasting, omdat zij domweg geen winst maken. ‘Wegen slibben dicht en rijders veroorzaken ongelukken, omdat tijd geld is’, zegt Arets. ‘Dáarom is het aanbod van online winkels vaak zo belachelijk goedkoop.’

Retourzendingen
Dan is er nog de impact op het milieu, vanwege de massa een verpakkingsmateriaal en de vele retourzendingen. Vorig jaar werd 13 procent van de online aankopen teruggestuurd, blijkt uit onderzoek van pakketbezorger DPD. Met name online modewinkels zijn eigenlijk vooral kleding heen en weer aan het schuiven, met 44 procent terugzendingen. Nederlandse consumenten zijn Europees recordhouder terugsturen. Dat is niet alleen slecht vanwege de verkeerstoename, maar ook omdat een aanzienlijk deel van de retouren bij het vuilnis belandt. Deze zomer onthulde de Britse tv-zender ITV dat bij Amazon in het Verenigd Koninkrijk jaarlijks miljoenen producten worden vernietigd; televisies, laptops, koptelefoons, stofzuigers en boeken, waarvan de helft nog nieuw in de verpakking. Van Zalando werd in 2019 bekend dat ongeveer 40 procent van de retour gekomen items bij het afval eindigt. Wel heeft het bedrijf onder invloed van alle maatschappelijke verontwaardiging zijn koers verlegd en zegt het momenteel bijna alle retouren tweedehands te verkopen.

Parallelle werelden
Het ligt niet allemaal zo zwart-wit; niet alles aan online shoppen is slecht. Omdat de werkelijke prijs van deze diensten niet in het oog springt, is het bovendien moeilijk om anderen de maat te nemen. Arets vraagt zich af of we de verantwoordelijkheid voor het maken van goede keuzes wel bij het individu moeten leggen. ‘De wortel die jongeren wordt voorgehouden, is té aantrekkelijk. Drie truien bestellen en de rest zonder kosten terugsturen; het is bizar dat dat kan. Neem je jongeren dat kwalijk, of de overheid die het laat gebeuren?’

Als deze trend zich doorzet, leven we straks misschien in een wereld zoals in The Matrix, denkt hij, waar de online wereld de echte wereld heeft vervangen. Hij schetst een nieuwe middenklasse die z’n huis niet meer uitkomt. ‘Straks zijn er parallelle online werelden om voortdurend in te verblijven’, zegt Arets. Denk aan de metaverse, een nieuwe hype in de online wereld. Facebook heeft onlangs aangekondigd een metaverse-bedrijf te worden: een wereld waar je met je VR-bril probleemloos acht uur per dag kunt doorbrengen, werkend, gamend, shoppend in de online shoppingmall, feestjes vierend met bekenden. Arets: ‘Daarom is het extra belangrijk om ons af te vragen: wat voor samenleving willen we; hoe solistisch willen we dat het wordt? En gooien we nu geen dingen weg onder het mom van gemak, waar we later spijt van hebben? Laten we hier goed over nadenken, om te voorkomen dat er straks geen weg terug meer is.’

Thuis lijkt de pakketjes-stroom intussen íets te zijn geluwd. Hoopgevend: misschien hebben onze kinderen die herhaalde verontwaardiging toch geïnternaliseerd. Maar we rekenen ons niet rijk, want er zijn nu eenmaal pieken en dalen in de consumptiedrift. Trouwens, ook via een ander kanaal krijgen we nog het een en ander binnen. De koelkast staat vol met tegen-de-datum-maaltijdsalades, vlaaien en andere restjes die de dochter na haar werkshift bij de flitskoerier altijd mee naar huis mag nemen. Wat niet binnen een paar dagen op komt, belandt in de prullenbak.

Voorkom overbodige bezorgkilometers
-Bundel je aankopen bij één aanbieder-
-Laat je aankoop bij een afhaalpunt bezorgen en loop of fiets erheen
-check foto’s, reviews, details en vergelijkingen en voorkom retourtjes
-Bundel aankopen in één bestelling
-Retour? Hergebruik de verpakking en loop of fiets naar een pakketservicepunt
-Doe geen spoedbestellingen
-Laat je pakje niet bezorgen als je niet zeker weet dat je thuis bent
Bron: www.milieucentraal.nl/bewust-winkelen

Trouw, oktober 2021